Logo

Typecasting

Verschenen in de Volkskrant, april 2014

Zolang ik kan kijken, zie ik toneel. Aanvankelijk met tegenzin want god, wat duurde zo’n voorstelling lang. (Dat is helaas nog steeds zo. Bijna alle theateropvoeringen zijn uitputtingsslagen.)

Maar er waren ook lichtpuntjes, zelfs voor een snel verveelde tiener. Zoals  -een van de mooiste momenten in mijn leven- ‘Onder het Melkwoud’, Dylan Thomas’ poëtische hoor-en kijkspel in de prachtvertaling van Hugo Claus. En, hoewel ook lang, de Tsjechovs.

En natuurlijk de eerste Nederlandse opvoering van ‘Wie is er bang voor Virginia Woolf’? Met Han Bentz van den Berg en Ank van der Moer. Neem me niet kwalijk, dat juist deze actrice Martha heeft gespeeld en en passant mijn moeder was, een rol die haar overigens iets minder goed afging.

Als vanzelf kom ik op mijn vader. Als theaterdirecteur kwam híj op het idee Gerard van het Reve te benaderen voor de vertaling van dit ‘gewaagde’ stuk.

Deze tekst wordt weer gebruikt in de meest recente opvoering van Toneelschuur Producties en Toneelgroep Oostpool. Maar dan wel geducht opgefrist. (Door wie? Ik zag geen naam in het progammaboekje.) De uitdrukking ‘lekker ding’ – Martha tegen ‘dekhengst’ Nick- was in de jaren zestig niet in zwang. En zo zijn er meer voorbeelden van taalgebruik waarvan Reve nooit kan hebben gehoord.

Voor mijn moeder als Martha schaamde ik me diep. Was ze in het dagelijks leven nogal preuts, op het toneel stond ze opeens met haar onderlijfje tegen die dekhengst aan te schurken. Pas in de laatste scène als ‘manlief’ George hun verzonnen zoon om zeep heeft gebracht, gaf ik me over aan haar spel. Want eerlijk is eerlijk, als actrice kon je niet om haar heen. En om de George van Han Bentz van den Berg al helemaal niet. En niet alleen omdat hij de eerste was.

Helaas heb ik de voorstelling met Kees Hulst moeten missen, maar ook hij lijkt me een gedroomde George.

De laatste jaren was Albees meesterwerk weer volop in de belangstelling. Niet iedereen vond ik goed gecast. Het klinkt misschien ouderwets, maar ik ben voor type-casting. Hadden de meeste acteurs  braaf gebruik gemaakt van intellectuele hulpmiddelen als een coltrui, tweed jasje en bril, sommige actrices waren volledig underdressed. Zo zag Ria Eimers die de rol bij vlagen voortreffelijk speelde, er de hele avond uit als een tramconductrice, zelfs toen ze voor de verleidingsscene ‘iets gemakkelijks’ had aangetrokken. Ook Olga Zuiderhoek liep rond in een hobbezakbroek, terwijl Porgy Franssen wel voldeed aan het beeld van de uitgebluste intellectueel.

Grote sterren als Burton en Taylor komen toch ook tegemoet aan het type dat ze spelen! In de film had niet alleen hij (met bril) zijn Welshe kontje in corduroy verstopt, maar ook zij zich ouder, dikker en liederlijker gemaakt.

Het liefst zou ik meer voorstellingen ‘bespreken’ maar ik beperk me, bij gebrek aan ruimte, tot de laatste met de onvolprezen Jacob Derwig in de hoofdrol. In het  amfitheater van het Amsterdamse Frascati ben ik zelfs op de trap gaan zitten om de acteurs van dichterbij te kunnen volgen. Ik citeer meesterrecensent Hein Janssen: ‘Derwig (leeftijdsloos intellectueel met baard, bril en krullen!) is droogkomisch, verbaal begaafd, vilein en vlijmscherp en dat alles met ogenschijnlijk gemak alsof hij het ter plekke verzint.’ Ik wil er dit aan toevoegen:  knap hoe Derwig gebukt gaat onder Martha’s beledigingen en zich tegelijkertijd overeind houdt. Hoewel diep gegriefd, laat hij zijn hersens knarsen. Door zijn lachje heen zie je dat hij op wraak zint. En je  voelt èn vreest dat die wraak niet mals zal zijn.

Evenals Janssen vond ik de Martha van Maria Kraakman een goed gespeelde rol, maar ze is er te jong en te appetijtelijk voor. Niet goed gecast!

Wie  worden onze volgende Martha en George?


Comments RSS You can leave a response, or trackback from your own site.

One Response to “Typecasting”

  1. willi says:

    Geen commentaar, voorstelling niet gezien,
    maar waarom geen recensies meer mevr. Oster? Vroeger (was alles beter en mooier, jaaaa ik weet het) waren de beste critici de heren en dames al op een leeftijd,
    Maar waarom mag alleen jong volk tegenwoordig hun mening in twee regeltjes spuien?
    Voor elke vak, of je nou bakker, houtsnijder, bloemenbinder of toneelschrijver en in dit geval inderdaad ‘vertaler’ bent geldt hoe meer ervaring hoe, hoe meer je weet van een vak, hoe gepolijster je zelf je werk kunt afleveren.
    ik las, ik dacht ook in een artikel in de V.K het gebruik van de Engelse uitdrukking ‘Tit forTat’ en gaf de schrijver van het artikel (cursief gedrukt alsof hij/zij wilde onderstrepen hoe goed hij/zij in tvreemde talen is), als Nederlands equivalent:
    “Oog om Oog”. Mispoes. De Engelsen zeggen gewoon
    “An eye for an eye” (lijfelijke wraak)
    “Tit for Tat” (zeg het maar eens hardop) heeft alles met een orale kát te maken en is in het Nederlands dus “Lik op Stuk”
    Dank u voor uw aandacht.
    Ik las nu pas Silvia Wittemans column over de aanstellerites van vreemdtalige uitdrukkingen, die hopeloos mank vertaald worden (bravo Silvia). Laten de journalisten en stukkenschrijvers toch hun moerstaal voorgaan.
    Gay bashing! Waarom geen potenrammen?
    Naming! Waarom geen namen noemen?
    En zo kan ik nog een meterslange lijst aanleggen van al dat (typische Hollandse) je beter willen voordoen dan je bent.
    Ach, hou toch op, Willi.


Reageer