Logo

Namen

Verschenen in de Volkskrant, 16 oktober 2014

 

De meeste mensen zijn gehecht aan hun voor- of achternaam en in het gunstigste geval aan allebei. Je naam, dat ben je zelf. Ook als je Jan Jansen heet. (En zeker als je zulke mooie schoenen ontwerpt.)

Maar sommigen vinden hun eigen naam te min. Vooral aan de voornaam wordt nog al eens gesleuteld. Denk aan al die Kezen die zich in Cezen hebben omgetoverd. Ik ken zelfs een Cees die suggereert dat zijn roepnaam niet gewoon afstamt van Cornelis (naar opa), maar van Caesar. Ook herinner ik me een Karel die zich Carus noemde.

Er zijn vrouwen die liever helemáál vergeten hoe ze heetten. In de jaren zestig had je een Trudy die er ook zo uit zag: muizig en met melkboerenhondenhaar. Nadat ze haar naam had veranderd in Tamara, werd ze fotomodel. Of andersom. Je geloofde je ogen niet: ravenzwart geverfde lokken, aangeplakte wimpers, ingezogen wangen: Trudy-af.

Ook heb ik een Bep gekend die pas als Elizabeth tot haar recht kwam. Als vanzelf kom ik op Annetje de Bruyn die zich in het theater ontpopte tot Dame Elizabeth Andersen.

Mijn Leeuwardense pleegtante kwam ter wereld als Tietje. Met het vorderen der jaren werd haar gestalte ook nog eens verrijkt – nomen is omen- met een weelderige bos hout voor de deur. Toen liet ze zich Tity en later zelfs Titia noemen.

Toch werd ik op het dorpsschooltje met haar gepest. Hoe mijn klasgenoten achter haar ware naam waren gekomen? Waarschijnlijk was ik zelf zo stom geweest dit schandelijke geheim aan een vriendin op te biechten. Toen wist ik nog niet dat al tijdens het vallen van de zin: ‘niet verder vertellen hoor’, een roddel in de startblokken staat om zich te verspreiden: ‘Haha, jouw tánte heet Tíe-ietje!’

Ook bestaat er een gelijkluidende achternaam. Toen ik in Amsterdam op een kakschool terecht kwam, raakte ik bevriend met een meisje Tietjé. Ze woonde aan een chique kade in Zuid en haar vader was zo slim geweest de familienaam te versieren met een accent aigu.

Veel later in mijn leven maakte ik in Aerdenhout kennis met een familie van Ravensteijn. Er werd gefluisterd dat de Ravesteijntjes eigenlijk Cohen, het kan ook Polak zijn geweest, heetten. ‘Nebbisj,’ zou mijn grootmoeder hebben verzucht, althans, als ze joods was geweest.

En nu het tegenovergestelde: mensen die te trots zijn, ja te prat gaan op hun naam, die, zodra je in je oneindige onoplettendheid ook maar één lettergreep verkeerd spelt, één klemtoon verkeerd legt, je op snijdende toon corrigeren. Ooit had ik een vriendin die Ilone heet. Als iemand de euvele moed had haar Ilona te noemen, snauwde ze: ‘-ne!’ Alsof ze met opzet op haar staart werd getrapt, haar identiteit door het slijk werd gehaald.

Maar zelf heb ik er ook een handje van. Hoe vaak ik niet tot mijn innige ongenoegen Koster word genoemd. Of Ooster. Of zoals een telefoniste me ooit na mijn opmaat : ‘Met Annemarie Oster, ik …’ onderbrak met ‘Een momintje, mevrouw Osterik.’

Op dit moment toeren Liesbeth List en ik door het land met ons programma Tandem. Un succes fou! Tot in Ommen aan toe!

Ik citeer een mailtje van een van Liesbeths fans: ‘Beste mevrouw List, ik wil u heel erg bedanken voor uw prachtige voorstelling in de Caroussel. Ik heb genoten van de prachtige liedjes die u zo mooi zong. En gelachen om de mooie verhalen van Mevrouw Otter.’

Even hoopte ik nog -tegen beter weten in want de s en de t zitten ver uit elkaar-, dat het een slip van het toetsenbord betrof, maar: ‘Dus ik zeg al na de 2e try-out: verander niks meer aan deze voorstelling. Heel veel succes voor u en mevrouw Otter.’


Comments RSS You can leave a response, or trackback from your own site.

One Response to “Namen”

  1. Jutka Rona says:

    Lieve mevrouw Otter,

    Wat heeft u weer een leuk stukje geschreven! En wat ben ik blij dat ik u ken!!!!


Reageer