Logo

Ik weet niet of je het weet

Verschenen in de Volkskrant, begin november 2015

Vaak erger ik me aan mijn medemens. Op straat, op de televisie, op de radio. Zo luisterde ik laatst met een half oor en groeiende weerzin naar een tweegesprek tussen een Radio 1- presentatrice en een jongedame. Haar infantiele stemmetje bereikte mijn huiskamer via een verre telefoon. Allengs drong tot me door dat het hier ging om een Nederlandse die in Egypte woont en in die contreien is het op dit moment niet pluis, zoals de presentatrice meldde. Het is er zelfs zo onveilig toeven dat het eventuele reizigers van overheidswege afgeraden wordt het land te bezoeken. Wat vond de tijdelijke bewoonster hiervan?

Ach, piepte de stem, daar merkte je weinig van als je door de stad liep. Integendeel, alles ging er zijn gewone gangetje, je kon op je dooie gemak boodschappen doen, onbelemmerd uitgaan, kortom, geen vuiltje aan de lucht. De mensen moesten eerst maar eens komen kijken(!)

Het valt me wel vaker op dat personen die zich in het buitenland hebben genesteld, de onveiligheid van hun adhocverblijfplaats bagatelliseren. Niemand die zich zo bomvrij waant als de ‘ingeburgerde’ expat.

Omdat ik absoluut niet van plan ben een reis naar Egypte te ondernemen, spoedde ik me zo snel mijn oude beentjes me konden dragen naar de radio en draaide het geluid eerst op zacht en daarna uit. ‘Zo!’ hoorde ik mezelf het wegstervende getjilp toebijten: ‘Eerst maar eens proberen een volwassen stemgeluid te verwerven, truttebol!’ En ik zette de radio op 4. Maar daar liet ‘zo’n opgeklommen omroeper’ zoals mijn vader altijd zei, zijn eigen gedachten de vrije loop. Ook hem snoerde ik rigoureus de mond: ’Dit is een muziekzender, zak!’

Voor de televisie ga ik helemaal loos. Daar krijg je pas een echt goed beeld van je mede-aardbewoners. Zoals van die blondine die in maar liefst twee series voor dochter speelt. Ze heeft een dromerige oogopslag en er speelt een raadselachtige glimlach om haar lippen. Helaas, ook de haar toegemeten tekst blijft in raadselen gehuld want is steevast onverstaanbaar. Van mij krijgt zij de volle laag: ‘Wàt zeg je, zelfvertederde snoezepoes?! Ar-ti-cu-leren, svp!’

Ook op straat leer ik de mensheid mores. Vanuit de auto op volle sterkte, maar vanaf de fiets of per benenwagen houd ik me in. Voor je het weet word je voor verward persoon versleten. Wel wordt mijn commentaar altijd voorafgegaan door deze opmaat:‘ik weet niet of je het weet’. Signaleer ik een meisje -of erger nog een vrouw- met opzettelijke gaten in haar spijkerbroek, dan mompel ik: ‘ik weet niet of je het weet, maar je broek is kapot’.

Ook mannen moeten het ontgelden. Tegenwoordig zie je knappe jongeheren–gek genoeg vaak nichten, die toch beter zouden moeten weten- met een overvolle baard: ‘Ik weet niet of je het weet, maar er hangt iets aan je kin.’ En als dan ook nog het hoofdhaar (mits voorradig) in een Japanserig knotje wordt gedragen: ‘Ik weet niet of je het weet, maar we zijn hier niet in Tokio.’

Wie weinig clementie heeft met anderen, spare ook zichzelf niet. Maar mijn meedogenloze monologen voor de badkamerspiegel houd ik voor mezelf.


Comments RSS You can leave a response, or trackback from your own site.


Reageer