Logo

Oog en oor

Verschenen in de Volkskrant, januari 2014

Afgelopen week hadden deze moegekeken ogen weer heel wat te verwerken. Om maar te zwijgen van mijn oren. Moet ik ze in het theater steeds meer spitsen om de acteurs te kunnen verstaan, zelfs als de tekst wordt versterkt via zo’n slurf bij hun gezicht, in de bioscoop heb ik vaak spijt geen oordopjes te hebben meegenomen.

Althans in Pathé-theaters. Waarom is het geluid daar toch zo stuitend hard? Vooral bij trailers van misdaadfilms. Iedere flard vooruitblik wordt kracht bijgezet door een  knal voor je kop.

Zelfs bij jeugdfilms is het volume niet om aan te horen. Laatst was ik met mijn kleinzoon naar de animatiefilm Frozen. Zorgelijk opzijkijkend want me verplaatsend in dat arme hoofdje,  voelde ik de decibellen nu helemaal door merg en been gaan. Ach, die nietige gestalte op het puntje van het pluche, overgeleverd aan de grofbesnaarde grotemensenwereld! Door mij, waardeloze oma! Mijn medelijden bleek misplaatst. Zelden zag ik, boven de maxizak popcorn, een gewendere gelaatsuitdrukking, alsof er een doorgewinterde bioscoopbezoeker naast me zat.

In artfilmtheatertjes, weliswaar met een kleiner doek, maar dat merk je al gauw niet meer, staat het geluid beduidend zachter. Daar wordt dan ook fijnproeversamusement gedraaid. Als rechtgeaarde gourmette heb ik een Cinéville-abonnement. Na een paar bezoekjes al heb je je geld ‘er uit’.

Maar af en toe wil ik grover geschut, dus óp naar Pathé, naar de laatste Scorcese:  een film die  je gezien moet hebben, al was het alleen maar om te besluiten je in het vervolg niet meer te laten opjutten door de communis opinio: de vier sterren waarmee de ‘Wolf van Wallstreet’ werd gehonoreerd.

Omdat ik me bij iedere vorm van kijkgenot vooral richt op het spel van de acteurs, valt nu een aantal namen.

Leonardo di Caprio is een acteur die ik al jaren volg. Een van zijn mooiste rollen speelde hij op zijn negentiende (maar hij leek vijftien) als het geestelijk gehandicapte broertje van Johnny Depp in ‘What’s Eating Gilbert Grape’, een tragi-komische film over een ‘dysfunctional Iowa family’, (een adequate vertaling heb ik niet zo gauw paraat). Ik herinner me dat de bedlegerige mater familias zo dik is dat ze door het plafond dreigt te zakken en uit haar slaapkamer moet worden getakeld.  Leonardo op zijn beurt klimt om de haverklap in een hijskraan waaruit hij onder het toeziend oog van de plaatselijke bevolking door broer Depp steeds op liefdevolle wijze wordt gered.

Aanvankelijk vond regisseur Lasse Halström Di Caprio te knap, maar op de auditie kon hij niet om de geboren acteur heen.

Hoeveel bewondering ik ook koester voor Scorseses staat van dienst, ik vind De Wolf van Wallstreet een kinderachtige karikatuur en het talent van Di Caprio te genuanceerd voor de eendimensionale patjepeëer die hij gestalte moet, wíl geven, want ik las dat hij de rol dolgraag wilde spelen. Toch is hij een betere film waardig dan deze ‘hilarische beurssatire’ zoals die dekselse filmrecensenten signaleerden. Natuurlijk is de film expres ‘over the top’, ‘tongue in cheek’, wat niet al,  maar toch voornamelijk ‘van dik hout zaagt men planken’ en ‘pik uit de broek wie er meedoet’. Naast mij zat een rij meisjes te gillen van het lachen, maar ik vind het oervervelend om vijfentachtig keer de woordjes fucking en fuck te moeten horen schreeuwen, met dwergen te zien smijten en op naargeestig geneuk te worden getracteerd.

Een van de weinige andere goede rollen werd gespeeld door sophisticated lady Joanna Lumley: een ogenblikje stilte in een wereld vol lawaai.

En nu óp  naar een Cinévilletempeltje, zoals de (Amsterdamse) Movies waar die Wolf ook is te zien. In een minder luide versie. Maar ik ga – voor de tweede keer- naar ‘Dame’ Judy Dench in Philomenia. Een verademing voor oog en oor.


Comments RSS You can leave a response, or trackback from your own site.


Reageer