Logo

Tandem

Verschenen in de Volkskrant, november 2014

‘Tandem’ zo heet de voorstelling waarmee Liesbeth List en ik (nooit ‘mijn persoontje’ zeggen) met twee muzikanten door theaterland toeren. Om deze titel te rechtvaardigen rees tijdens de repetities even het idee om daadwerkelijk op te komen op zo’n tweelingfiets.

Even. Want al snel kregen we ruzie over wie voorop mocht. Liesbeth omdat ze van ons tweëen de vedette is. En ik uit angst er op dat tweede zadel met een achteruitgezet gezicht bij te zitten. Want had ik genoegen moeten nemen met die troostplaats, dan was de (boven)toon onmiddellijk gezet: La List met in haar kielzog…

Had daarentegen zij achterop moeten zitten, dan was de zaal te klein geweest en waren haar fans gaan muiten. Twee vrouwen op het toneel, dat is er een teveel! Kent u die uitdrukking?

Nog tijdens de generale hadden wij ruzie over alles. Waarom mocht, vroeg ik, scheel van jaloezie, me af, die ‘gevierde’ chanteuse een veel mooiere, langere en vollere pruik op dan ik?! Waarom –nog hoor ik haar hese stem schallen door de kleedkamerintercom – had dat mens van Oster stiekem stiletto-hakken aangetrokken? We hadden toch afgesproken even groot te zijn?!

De regisseur, laat ik hem voor het gemak Rob van de Meeberg noemen, want zo heet hij, zat met de handen in het haar. Het enige wat er opzat was zo weinig mogelijk onderscheid te maken. Gelijke monniken gelijke kappen; anders kwam er nog een catfight van!

Dus werd die tandem afbesteld en besloot Van de Meeberg ons tegelijkertijd op de maat van de muzikale intro aan weerskanten vanuit de coulissen op te laten komen, elkaar halverwege het toneel te ontmoeten om zij aan zij op het publiek af te stevenen.

Toegegeven, een dergelijke entree zie je wel vaker bij duo-presentaties, maar dan moet je net mij en Liesbeth, ik bedoel Liesbeth en mij, hebben. Om elkaar te overtroeven maar toch zogenaamd gelijke tred te houden, hebben we zoveel werk van onze verschijning gemaakt dat het publiek ogen tekort komt.

En oren! En dat is heus niet alleen te danken aan degene die het beste zingt. Draag ik er tijdens onze opkomst (quasi-bescheiden op de achtergrond) nog zorg voor net iets langzamer te lopen dan mijn vermaarde sexegenote: het is reculer pour mieux sauter! Want eenmaal postgevat achter de microfoon, zet ik een keel op van jewelste. Ze mag dan een beroemde chansonniere zijn, ik laat me niet overschreeuwen, niet ondersneeuwen door dat frèle poppetje! Is ze nu helemaal belazerd!

‘Van mensen heb ik soms geen verstand,’ luidt haar eerste zin. Haal je de koekoek. Van het vervolg kijk ik wel even op mijn neus: ‘maar jij al helemaal niet!’

Maar mijn bijdrage is ook niet mis: ‘Van het leven heb ik vaak geen verstand. Maar jij natuurlijk helemaal niet!’

De gezamelijk gezongen consensus biedt soelaas: ’We verschillen niet.’ Bestaat er grotere saamhorigheid? Nee! Want in tegenstelling tot bovenstaand gegrap hebben Liesbeth en ik, die elkaar al vijftig jaar kennen, nog nooit één lelijk woord gewisseld. Zelfs niet toen ik haar op mijn 25e op de televisie heb geparodieerd en niet zo’n beetje ook; op die leeftijd wil je nog wel eens overdrijven. Ze heeft het me niet alleen vergeven, ze was er nog blij mee ook: ‘Als je niet wordt geparodieerd, hoor je er niet bij,’ luidden haar -toen al- wijze woorden.

Van mij had ze op die tandem best voorop mogen zitten hoor. Maar stel dat haar slanke beentjes tussen de spaken verzeild waren geraakt, haar ranke armpjes de macht over het stuur hadden verloren.

Maar ja, als ik de had kar mogen trekken, was ik uit louter geldingsdrang linea recta het voetlicht ingefietst.

 


Comments RSS You can leave a response, or trackback from your own site.


Reageer